Wat nu?

Het begin van de zwangerschap is de start van een nieuw leven: een nieuw mensenleven en een nieuwe leefstijl voor ouders. Van een bolle buik, waar je over aait en tegen praat naar een klein mensje wat wil eten, knuffelen, spelen en slapen in een volgorde die je niet altijd begrijpt. Net wanneer een ritme is ontstaan, leert de kleine nieuwe vaardigheden en verandert veel. Als ouder weet je niet altijd raad met nieuwe situaties en ga je op zoek naar goede adviezen. Adviseurs zijn er in overvloed! Niet alleen ouders, schoonouders en vrienden hebben ideeën, natuurlijk ook het consultatiebureau of de huisarts adviseren. Verder zijn er talrijke websites en handboeken die vertellen hoe je elke situatie zou moeten of kunnen aanpakken. Een voorbeeld is reageren op huilen. Moet je het kind gelijk troosten, uithuilen, kookwekker zetten? Het boek “ouderschap voor dummies” erkent de twijfelende ouder en heeft zelfs een Huilende baby-stroomdiagram gemaakt. Mocht je er niet uitkomen, dan eindigt het diagram met “soms moet je baby gewoon huilen” of “begin opnieuw”.
Hoewel opvoedingsadviezen vaak overtuigend zijn, blijken ze met de tijd te veranderen. Benjamin Spock’s boek Baby- en kinderverzorging is één van de meest verkochten boeken betreffende opvoeding. De eerste uitgave is al van 1946, maar wordt in een geheel herziene versie nog steeds uitgegeven. Bekijken we een uitgave uit bijvoorbeeld 1967, dan wordt de klassieke gezinstructuur gepropageerd, moeders wordt afgeraden om te werken en genoemd wordt dat kinderen hierdoor verwaarloosd en asociaal kunnen opgroeien. Dit denkbeeld past niet in de moderne tijdgeest. In de huidige versie bestaat ook geen hoofdstuk “ de werkende moeder” meer, wel een hoofdstuk over het veranderende gezin. René van der Veer heeft zich verdiept in de geschiedenis van opvoedingsadviezen en verschil tussen culturen en schreef er een vermakelijk boek over: Opvoeden door beginners; de zin en onzin van opvoedingsadvies. Met voorbeelden worden verschillen tussen vroeger en nu, maar ook tussen culturen uiteengezet. Eén hoofdstuk is bijvoorbeeld gewijd aan verschillende denkbeelden ten aanzien van het kind zindelijk maken. In sommige culturen blijkt de zindelijkheidstraining al drie weken na de geboorte te beginnen. Nederlandse kinderen blijken uit recent onderzoek juist steeds later zindelijk te zijn, zelfs ongeveer een half jaar later vergeleken met 1966. Misschien zijn de ouderwetse adviezen toch niet allemaal achterhaald?

 1 Bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de pedagogiek verbonden aan de Leidse Universiteit